Hieronder een prachtig en verhelderend interview over hoe intergenerationeel trauma eruit kan zien, en zoals ik het ook regelmatig tegenkom in mijn praktijk als familieopsteller.

 

"De pijn die ze besloot niet te voelen, haar destructieve gedrag: als schrijver Tatjana Almuli (31) hoort over de term intergenerationeel trauma, valt alles op z’n plaats.

‘Heb je door hoe je hetzelfde doet als je moeder?’"

 

Twee jaar geleden hoorde ik voor het eerst over intergenerationeel trauma tijdens een videobelsessie met de oude therapeut van mijn moeder.

Het is in de zomer van 2020 dat ik haar bel. Ik schrijf aan mijn nieuwe roman over rouw – het rouwproces dat ik jaren uit de weg ging nadat mijn moeder overleed toen ik zestien was, is mijn leidraad. Als research lees ik haar oude dagboeken en voer ik gesprekken met haar dierbaren (vrienden, oude geliefden, familieleden). Tijdens het onderzoek stuit ik op een groot familiegeheim: mijn moeder was slachtoffer van incest. Wanneer ze om hulp vraagt aan andere familieleden wordt ze niet geloofd, schrijft ze. De pijn, de schaamte, het eenzame gevoel: alles gaat ze uit de weg. Ze vlucht als begin twintiger naar het buitenland, via omzwervingen komt ze op het Amerikaanse eiland Martha’s Vineyard terecht. Hier zal ze ruim twaalf jaar blijven wonen, tot ze mijn vader ontmoet en ik kort daarna word verwekt.

 

Kop in het zand

 

Mijn moeders wederopbouw aan de andere kant van de wereld lijkt op het eerste oog succesvol. Ze wordt verliefd en trouwt met een Amerikaan – voor een greencard en uit liefde. Ze maakt vrienden, heeft ­verschillende baantjes, volgt opleidingen tot danseres in New York. Toch haalt het onverwerkte trauma haar in, zoals dat vroeg of laat altijd gebeurt, aldus Heather, de therapeut die ze bezoekt op het eiland. Wanneer mijn moeder bij haar praktijk aanklopt, slaapt ze al weken nauwelijks. Ze heeft last van paniekaanvallen en angsten, op sommige dagen komt ze haar bed niet uit door een drukkende somberte. Ze heeft altijd geleerd sterk te zijn, door te gaan, kop in het zand en doen alsof pijn niet bestaat. Ik slik, Heather kijkt zelfs door het besmeurde computerscherm dwars door me heen. Ze vraagt of ik dit herken. Ik knik. Maar in plaats van te vertellen over mijn eigen ervaringen vraag ik haar: hoe behandelde je mijn moeders trauma?

Heather vertelt hoe mijn moeder constant lichamelijke prikkels negeerde en hoe onveilig ze zich voelde in haar eigen lijf. Het lukte haar niet meer om te ontspannen. Door middel van meditatie en ademhalingstechnieken probeert Heather mijn moeder rustig te krijgen. Ze haalt de Nederlands-Amerikaanse psychiater en hoogleraar Bessel van der Kolk (zie onder) aan. In zijn internationale bestseller The body keeps the score stelt hij dat binnen traumabehandeling meer focus op het lichaam nodig is, zij is het met hem eens. In de westerse geestelijke gezondheidszorg werd – en wordt – het lichaam vaak buiten beschouwing gelaten. Lichamelijke sensaties, blokkades en worstelingen worden volgens Van der Kolk onterecht minder serieus genomen dan cognitieve. Heather zegt: het lichaam slaat meer op dan het hoofd doorheeft. En het is dus belangrijk om binnen een behandeling ook licht te schijnen op hoe een lichaam werkt – of niet werkt, zoals vaak het geval is bij mensen met een complex en onverwerkt trauma.

 

Muizenplaag

 

Voor het eerst tijdens ons videogesprek stopt Heather even met praten, ze kijkt me onderzoekend aan en vraagt dan: “Heb je door hoe je hetzelfde doet als je moeder? Je stelt mij vragen als afleiding, om niet naar je eigen pijn te hoeven.” Ik slik. Ze heeft gelijk. Met horten en stoten begin ik te vertellen.

Ook ik was begin twintig toen ik voor het eerst depressief werd en angsten ontwikkelde. ’s Nachts voelde ik muizen door mijn haren en over mijn gezicht trippelen. Die knagende kopjes kan ik me nog altijd voor de geest halen. Maar het waren waanbeelden, de muizen zijn er nooit geweest. Overdag was ik een schim van mezelf. Als ik boodschappen ging doen, moest ik daar twee uur van bijkomen, blazen in een plastic boterhamzakje incluis. De jaren daarvoor, de jaren na mijn moeders dood, werd ik door mijn omgeving geprezen om hoe sterk ik was. Op papier ging alles goed, net als bij mijn moeder: ik haalde mijn middelbareschooldiploma in één keer, ging studeren en op mezelf wonen, had bijbaantjes en bekostigde mijn studie zelf. Wel was ik vaak ziek en eigenlijk altijd moe, ik had regelmatig buikpijn en een verhoogde hartslag. Soms was er een zeurend gevoel laag in mijn buik: gaat het werkelijk goed of doe ik alsof? Ik nam nooit de rust of tijd om die vragen te onderzoeken, bang voor wat er dan zou gebeuren. Ik plande mijn agenda nog voller met werk en sociale afspraken en de onrust zakte meestal na verloop van tijd. Zolang ik doorging, kwam het goed.

Tot het niet goed kwam. Van de een op de andere dag kwamen de slapeloze nachten, de paniek, het vlakke gevoel, het willen verdwijnen. Heathers scherm loopt vast – een zwakke verbinding. Ik staak mijn verhaal en wacht tot onze ­connectie terug is. Het is warm vandaag, ik zit op een houten stoel met alleen een hemd en onderbroek aan en voel nu pas hoe mijn lichaam van top tot teen zweet produceert, ik zit vastgeplakt aan het zitvlak. Overal zweetdruppels. Heather beweegt weer. Ze kijkt me meewarig aan, ik glimlach flauwtjes.

 

“Ik hoor net je moeder,” zegt Heather. “Het klinkt alsof jij haar trauma hebt overgenomen.” Ik moet een beetje lachen. “Hoe bedoel je dat?” vraag ik. Ze introduceert de term intergenerationeel trauma: wanneer iemand binnen een familie een onverwerkt trauma met zich meedraagt, kunnen diens psychische en lichamelijke klachten worden doorgegeven aan de volgende generatie. Het is een bekend verschijnsel bij oorlogsslachtoffers, maar er bestaat ook veel traumaoverlevering bij slachtoffers van (seksueel) misbruik, mishandeling en incest.

Mijn moeder begon weliswaar met de therapie bij Heather, maar ze stopte omdat ze bang werd van het grote verdriet dat langzaam loskwam. Ze bleef de jaren daarna pogingen doen een passende behandeling te vinden, maar het leven haalde haar in. Ze kreeg drie kinderen, had jarenlang een moeizame relatie met mijn vader, werd eigenaar van een bedrijf, raakte in een faillissement en werd kort daarna ernstig ziek. “Wanneer een traumatische gebeurtenis wordt weggestopt of niet werkelijk wordt doorleefd en verwerkt, kan het net zo lang aan latere generaties worden overgedragen tot iemand besluit de pijn toe te laten en te voelen. En het klinkt alsof jij daar nu misschien klaar voor bent,” zegt Heather.

 

Via de genen

 

Kan het zijn dat ik naast de kuiltjes in mijn wangen, de aanwezige mond en vele moedervlekken rond mijn hals ook mijn moeders trauma en copingmechanismen heb geërfd? Al gauw na het gesprek met Heather begin ik verwoed aan het werk van Bessel van der Kolk. Vooral zijn ideeën over hoe groot het effect van (overgeleverd) trauma op het lichaam kan zijn, resoneren. De weken nadat ik op het familiegeheim, mijn moeders trauma, stuitte gebeurde er veel in mijn lijf. Het begon met een vloedgolf aan misselijkheid. Dagenlang gaf ik over tot er alleen een bijna doorzichtige galsubstantie langs mijn huig vloeide. Daarna kwam de zenuwpijn: mijn rug en buik leken elektrisch geladen, mijn handen en voeten stonden op scherp. Iedere nacht werd ik wakker van kramp in steeds andere ledematen. Mijn darmen waren weken van slag: de ene dag moest ik om het kwartier naar de wc, dan weer ervoer ik dagenlang een drukkend gevoel in mijn onderbuik. Voedsel hield ik nauwelijks binnen. Elke ochtend een nat kussen.

In Iedere familie heeft een verhaal schijnt de Britse psychotherapeut Julia Samuel licht op de overlevering van liefde en pijn in families. Net als Heather en Van der Kolk schetst zij ook hoe trauma gevoels- en gedragsmatig van generatie op generatie kan worden doorgegeven. Ze neemt ook epigenetisch onderzoek mee. Er is namelijk nog een manier waarop trauma’s van generatie tot generatie kunnen worden overgedragen: via de genen als het kind in de baarmoeder zit. Biochemische stoffen die vrijkomen bij traumatische ervaringen kunnen een verandering in de celsamenstelling veroorzaken.

 

Beeld Lotte Dijkstra

 

In mijn moeders dagboek lees ik hoe ze, net voor en tijdens haar zwangerschap van mij, urenlang huilend onder de douche stond. Elke dag, ruim negen maanden lang. Ik kan me niet onttrekken aan het idee dat een deel van haar verdriet, haar zwaarte op mij over is gedragen en dat ook mijn genen misschien zijn beïnvloed door haar trauma en de manier waarop ze dit zo lang heeft onderdrukt. In hetzelfde dagboek lees ik hoe mijn moeder haar lichaam haat. Hoe ze zich uithongert en dan weer volpropt met eten. Relaties aangaat om niet alleen te zijn, kwetsbaarheid verhult met overschreeuwen. Wederom herken ik haar gedrag: zo lang ik me kan herinneren heb ik een moeizame relatie met mijn lijf. Ik vertrouw mijn eigen lichaam niet. Sinds een paar jaar weet ik dat ik een genetisch defect heb waardoor ik al van jongs af aan dik ben, mijn honger- en verzadigingsgevoel en stofwisseling zijn niet goed gere­guleerd. Ik heb van mijn lichaam gewalgd, heb mezelf pijn gedaan omdat ik een ander lichaam wilde.

 

Destructief gedrag

 

In mijn tienerjaren ontwikkelde ik een eetstoornis om gevoelens van onrust, paniek en verdriet te verdoven. En ik heb me vaak een hoofd op pootjes gevoeld, er zijn ontelbare voorbeelden waarin ik lichamelijke sensaties pas veel later registreerde. Ik herinner me een fietsongeluk in mijn jeugd waaraan ik een paar gebroken ribben overhield, maar pas dagen later pijn ervoer. En alle keren dat ik met hoge koorts doorwerkte alsof er niets aan de hand was. Ik heb seks gehad met mannen waarbij zij over grenzen gingen die ik pas later herkende als grenzen – en ik soms boven mijn lichaam zweefde om aan de situatie te ontsnappen. Ik wil deze cyclus van destructief gedrag, voortkomend uit het trauma, doorbreken, maar hoe pak ik dat aan?

 

Eén succesbehandeling die voor ieder slachtoffer van (intergenerationeel) trauma werkt, bestaat helaas niet, stelt Van der Kolk. Maar het begint in elk geval bij het creëren van kalmte en veiligheid, en rust en tijd nemen om de connectie met je lichaam te herstellen. Ik heb verschillende therapieën gevolgd in mijn leven, vooral praattherapieën. Ze hadden nooit langdurig effect, ik had nooit het gevoel tot een kern te komen. Pas toen ik afgelopen twee jaar therapieën volgde waar mijn lichaam werd meegenomen in de behandeling, was het alsof er eindelijk ‘iets’ in beweging kwam. Van der Kolk is een voorstander van EMDR-therapie (waarin op een gecontroleerde manier herbeleving van het trauma plaats kan vinden), maar neemt yoga, mindfulness en ademhalingstechnieken net zo serieus in een traumabehandeling. In de podcast On being haalt hij een voorbeeld aan van een patiënt die in de ogenschijnlijk meest simpele of rustige houdingen het grootste ongemak ervaart. Ik herken het: stilliggen, bewust ademhalen, niet wegrennen voor al het gevoel dat zich aandient; het is een opgave. Maar het doorademen, niet wegduwen van moei­lijke emoties en ze doorleven geeft me ­uiteindelijk meer zelfvertrouwen, hoop en rust.

 

Iedere dag probeer ik een moment bewust contact met mijn lichaam te maken. Een simpel incheckmoment: hoe voel ik me? Ren ik weer rond als een kip zonder kop, zijn er lichamelijke signalen die ik negeer, waar heb ik op dit moment behoefte aan? Soms vraag ik me af: is dit helen? Zijn mijn bewustzijn over intergenerationeel trauma en het leren voelen en leren aarden in mijn lichaam genoeg om de keten te doorbreken? En de verwoestende patronen die zowel bij mijn moeder als bij mij domineerden achter me laten? Of is er meer voor nodig? En wat dan? Hoe zorg ik ervoor dat ik, als ik zelf misschien kinderen krijg, niet dezelfde patronen en hetzelfde trauma overdraag? Het zijn vragen waarop ik nog geen volledig antwoord heb, maar die ik niet langer uit de weg ga.

 

In haar voetsporen

 

Het is juni 2022 wanneer ik naar Martha’s Vineyard vertrek. Voor het eerst in mijn volwassen leven reis ik af naar het eiland waar mijn moeder al die jaren heeft geprobeerd een eigen leven vorm te geven. En waar ze de eerste stappen zette naar traumaheling.

Zodra ik een voet aan wal zet, voel ik me thuis en zie ik haar voor me, als jonge vrouw: haar lange, ranke gestalte, haar olijfkleurige, zongebruinde huid. Ik voel me verbonden met haar op deze plek. Iedere dag dans ik, alsof ik hier automatisch in haar voetsporen als danseres glij. Meer dan ooit voel ik hoe mijn lichaam wil, nee móét bewegen. In mijn huisje, op het kiezelstrand, in de zee, tussen het groen op een berg, als het onweert, als de zon hard en zacht schijnt: ik moet bewegen. Dansen, lopen, fietsen, rennen. Ik moet bewegen om los te laten. Naast de verbondenheid met mijn ­moeder voel ik me ook verbonden met mijn lichaam. Ik ben wekenlang alleen en voel me niet eenzaam. Alsof ik me ­eindelijk veilig begin te voelen in mijn lichaam.

Een van de laatste dagen dat ik op het eiland ben, sla ik The body keeps the score open en lees ik woorden die de zoektocht die ik ben gestart perfect ondervangen: ‘Zodra je je lichaam met nieuwsgierigheid in plaats van met angst benadert, verandert alles.’

Beeld Lotte Dijkstra

 

Bessel van der Kolk

Deze zondag is de Amerikaans-­Nederlandse psychiater en traumaspecialist Bessel van der Kolk (79) te gast bij Zomergasten. Van der Kolk is hoogleraar aan de Boston University School of Medicine, president van de Trauma Research Foundation en geeft les over de hele wereld. Hij heeft ruim veertig jaar ervaring in het onderzoeken en behandelen van getraumatiseerde mensen. Zijn boek The body keeps the score: brain, mind, and body in the healing of trauma werd in 2014 een internationale bestseller. Hierin zet Van der Kolk uiteen hoe sporen van trauma effect hebben op ons mentale en fysieke welzijn en breekt hij een lans voor een meer lichaams­gerichte therapeutische insteek.

 

Tatjana Almuli 27 augustus 2022

 

Bron: https://www.parool.nl/ps/toen-schrijver-tatjana-almuli-31-van-intergenerationeel-trauma-hoorde-viel-alles-op-z-n-plek

Ik heb mezelf aangemeld en het artikel hier gedeeld zodat jullie dit niet meer hoeven te doen.

ALs je hier vragen over hebt, stuur me een berichtje via mail, tel, messenger, ... en dan antwoord ik met veel plezier je vragen.

www.adem-ruimte.be

Blogartikelen: